Twilight Entertainment

     

Willeke, Ria en Anneke : Golden Girls

Anneke Gronloh, Willeke Alberti en Ria Valk verzilveren 150 jaar vriendschap op het podium. „We kennen elkaar al vijftig jaar”, vertelt Anneke, die zelf haar vijftigjarig jubileum viert. „Daarom gaan we samen optreden. Ria noemt ons gekscherend Golden Girls. En dat vind ik helemaal niet zo gek: onze vriendschap is er écht eentje met een gouden randje.”

„Willeke en Ria ken ik al vanaf het allereerste begin”, haalt Anneke herinneringen op. „We begonnen als drie naïeve bakvissen in dit vak en staan nu, een mensenleven later, als oma’s alle drie nog steeds op de bühne. Dat is toch geweldig!”

„We hebben samen zo ontzettend veel meegemaakt”, vervolgt Anneke. „We trouwden in dezelfde periodes, werden moeder, zagen het vak en de muzikale smaken veranderen, maar blijven, elk op onze eigen manier, overeind. Ik ben hartstikke trots op Willeke en Ria. Ze zijn grote artiesten en sterke vrouwen. Daar kan niemand omheen! Ik ben dan ook ontzettend blij dat ze in mijn jubileumshow zondag, in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag, van de partij zijn. Ze hadden niet mogen ontbreken!”

Ria en Willeke zijn gevleid door de lieve woorden van hun vriendin. „Anneke is een schat”, zegt Ria. „Eigenlijk vind ik haar helemaal niet zoveel veranderd sinds we tieners waren. Ook toen was het al een keurig en chic dametje. En hypernerveus voor elk optreden; dat is ze nu nog steeds. En wat een strot hè? Dat er uit zo’n klein lijfje zo veel geluid kan komen!”

Thuisfront

„We hebben altijd een band gehad; misschien omdat we altijd allebei vonden dat we wat karakter betrof niet echt in het artiestenvak hoorden. We vonden het succes alle twee mooi, maar het belangrijkste was toch altijd het thuisfront; man en kind. Mijn Herman en Annekes Wim-Jaap konden het samen ook heel goed vinden. Nu zijn ze er allebei helaas niet meer, maar Anneke en ik gaan als oude rockers door hoor!”

„Ik vind ook dat er een comedyserie geschreven moet worden voor Anneke en Willeke en mij. Wij zijn toch gewoon de Nederlandse Golden Girls! Drie oude wijven met nog genoeg pit om alles op zijn kop te zetten. Heren producenten, waar blijft u? Wij zijn er klaar voor hoor!”

Willeke Alberti weet nog goed hoe het allemaal begon. „Er zijn weinig mensen die zo vaak met elkaar op het toneel gestaan hebben en zo veel meegemaakt hebben als Anneke en ik. Begin jaren zestig maakten we samen een tournee langs alle Nederlandse kazernes, waar we optraden voor de soldaten. Anneke was toen al helemaal doorgebroken met Brandend Zand en Paradiso en ik weet nog dat ik steeds in de coulissen vol bewondering naar haar stond te kijken. Het was een echt podiumbeest en ze braken de tent voor haar af. En dat zie ik nu nog steeds in haar optreden; het is gewoon dynamiet.”

„We delen iets bijzonders dat moeilijk is uit te leggen”, zegt Willeke. „Dat hebben we ook met Ria; je bent gevormd door en in een vak dat nu bijna niet meer bestaat. Vandaar dat het zo mooi is dat we er alle drie nog zijn! Veel ouder en wijzer geworden, maar in de basis nog heel erg hetzelfde als toen! En dat is heel mooi.”

Anneke knikt: „Ik heb veel te danken aan mijn vak. Als iemand mij in 1959 had verteld dat ik vijftig jaar later nog steeds zou optreden en nieuwe nummers zou opnemen, had ik die persoon voor gek verklaard”, lacht ze. „Ik sta er zelf ook van te kijken; een halve eeuw, dat lijkt een eeuwigheid en toch is het werkelijk omgevlogen.”

„Toch vind ik het eigenlijk helemaal niet mijn verdienste dat ik nog steeds op het toneel sta”, meent Anneke. „Dat heb ik echt in de allereerste plaats te danken aan mijn publiek. Een artiest is niets zonder zijn publiek en ik durf in alle onbescheidenheid te beweren dat ik het liefste en trouwste publiek heb dat er bestaat. Ze zijn er in al die jaren altijd geweest en ook nu nog steeds.

Uit alle reacties die ik in al die jaren heb mogen ontvangen blijkt dat ik op de een of andere manier een stukje van hun leven heb mogen zijn. Zij zijn in ieder geval een heel dierbaar stuk van mijn leven en daarvoor ben ik ze heel dankbaar.”

 bron:telegraaf